Contacteer ons
Tel:
winkelwagen
0 items - 0,00

Over ruimte en grenzen

Over ruimte en grenzen

09feb

Sinds mijn beroerte leef ik in een voortdurende strijd. Ik wil koste wat het kost de touwtjes van mijn leven weer in handen krijgen. Anderzijds moet ik terrein prijsgeven. Dingen uit handen geven, die soms heel persoonlijk zijn.

 

Introvert. Extravert. Iedereen heeft (onbewust) behoefte aan een bepaalde ruimte om zich heen, om zich veilig te voelen. Om te ‘zijn’, om simpelweg te leven. Een soort onzichtbare luchtbel, waarmee je jouw territorium overal mee naartoe neemt. Ik ook. Er zijn zelfs van die momenten dat ik wou dat mijn persoonlijke ruimte zo groot was als de ruimte zelf. Niet makkelijk als anderen de klok rond, zeven dagen per week en driehonderdvijfenzestig dagen per jaar die luchtbel ongevraagd komen doorprikken om je te helpen bij het wassen, het aankleden, om naar het toilet te gaan, … Dit zijn stuk voor stuk ‘intieme’ handelingen waarover ik vroeger de volledige controle had. Dat ik drie jaar geleden het stuur moest lossen, daar heb ik het ergens nog altijd moeilijk mee. Plots lig je daar en voel je dat jouw luier vol zit. Ik schaamde me dood. Nog meer toen een stel vreemde handen die luier kwam verversen. In stilte slikte ik mijn trots door. Keer op keer. Had ik gekund ik was gaan lopen. Naar het andere eind van de wereld. Maar dat lag enigszins moeilijk. Er zat maar één ding op: vechten. Die beroerte had dan wel mijn mond gesnoerd en mijn lichaam op non-actief gezet, mijn eigenwaarde ging ze terugbetalen. Cent voor cent.

 

De regie kunnen voeren over mijn eigen, zij het ingewikkelde leven is belangrijk. Het maakt me sterker en zekerder.

Ik vecht nog elke dag. Alle wapens gooi ik in de strijd. Stapje voor stapje win ik terrein op de vijand. Zo kam ik nu zelf mijn haar. Ik poets zelf mijn tanden. Ik breng zelf gezichtscrème en lippenbalsem aan… En die continentieproblemen? Die heb ik in de kiem gesmoord. Als een onverbiddelijke guerrilla. Dit lijken misschien kleine veldslagen, maar voor mij zijn het grote overwinningen. Ze maken me weer fier op wie ik ben. Alles gaat trager, dat is waar. Maar het ‘gaat’. Helemaal zelf. Zelfredzaamheid is een hoog goed, ook als het niet altijd van een leien dakje loopt. De regie kunnen voeren over mijn eigen, zij het ingewikkelde leven is belangrijk. Het maakt me sterker en zekerder. Ik kan opnieuw, een beetje, de grenzen van mijn persoonlijke ruimte bepalen. Toegegeven, die grenzen zijn flexibeler geworden. Ik begrijp nu dat er veel fysiek contact nodig is om mij te verzorgen. Bovendien heb ik door de jaren heen met enkele van mijn verzorgers een heel hechte vertrouwensband opgebouwd. Dat stelt gerust. Met enkele woorden en een letterbord kan ik hen snel laten weten wat ik wel en niet wil.

De pot op

Komen onbekenden of niet-intimi te dichtbij (bv. bij een onderzoek, een nieuwe verzorger, …), dan voelt dat nog steeds ongemakkelijk. Misschien ligt dat aan mij. Misschien vinden zij het net zo erg om die ongeschreven wet van de persoonlijke ruimte aan flarden te schieten. Misschien hebben mijn familie en vrienden het daar net zo moeilijk mee. Want ook al ben ik eraan gewend geraakt om hen te vragen me op het toilet te zetten, het blijft een onnatuurlijke situatie. Voor iedereen in het kleinste kamertje. Dat merk je aan de stijgende temperatuur. De blozende kaken. Of de (onmisbare) flauwe mopjes.

Ik wil hier nu niet de indruk geven dat ik het allemaal wel alleen red. Integendeel. Ik heb hulp nodig. En veel. Ik ben al die helpende handen ook ontzettend dankbaar. Maar mag ik heel eerlijk zijn? Soms knoei ik gewoon liever (uiteraard met mijn trendy bib om) dan dat er om de vingerknip iemand klaarstaat om mijn mond af te vegen.